Onderzoekers

Naast de docenten zijn de volgende onderzoekers verbonden aan het Oud-Katholiek Seminarie:

  • prof. mr. Jan Hallebeek
  • dr. Koenraad Ouwens
  • dr. Genji Yasuhira
  • dr. Ari Troost
  • can. drs. Wietse van der Velde
  • mgr. dr. Joris Vercammen

Emeritus

  • prof. dr. Jan Visser

Scroll naar beneden voor meer informatie over de individuele onderzoekers.


Prof. mr. Jan Hallebeek (1954) studeerde Nederlands Recht aan de Universiteit Utrecht en promoveerde aldaar in 1986. Hij doceerde Romeins recht, rechtsgeschiedenis en rechtsfilosofie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij was van 1998 tot 2006 werkzaam als bijzonder hoogleraar vanwege het Oud-Katholiek Seminarie aan de Faculteit Godgeleerdheid te Utrecht (disciplinegroep kerkgeschiedenis). Thans is hij hoogleraar Europese rechtsgeschiedenis aan de VU, waar hij tevens bestuurslid is van het Centrum voor Kerk & Recht. Hij publiceerde Quia natura nichil privatum, Aspecten van de eigendomsvraag in het werk van Thomas van Aquino (1986), The Concept of Unjust Enrichment in Late Scholasticism (1996), Fons et Origo Iuris, Een historische inleiding tot het vermogensrecht (2006) en artikelen op het gebied van het Romeinse recht, de Middeleeuwse rechtswetenschap en het ecclesiologisch Jansenisme. Van 1988 tot 2014 was Jan Hallebeek onbezoldigd docent voor kerkelijk recht aan het Oud-Katholiek Seminarie. Zijn geleidelijk tot boek uitgegroeide collegedictaat is in 2011 gepubliceerd als “Canoniek Recht in Ecclesiologische Context”. Sinds 2014 is hij toegevoegd wetenschappelijk onderzoeker.

Dr. Koenraad Ouwens (1953) was vanaf 1983 tot 2016 docent liturgiek. Na zijn priesterwijding in 1977 was hij pastoor in Amersfoort en Culemborg, Alkmaar en Krommenie/Zaandam. In 1996 promoveerde hij op een studie over de basis van het oud-katholieke kerklied in Nederland. Na 1993 was hij ook gedurende twee termijnen deken van Haarlem. De vertaling van de psalmen zoals die voorkomt in het Oud-Katholiek Kerkboek 1993 is van zijn hand. Hij was tevens docent voor Liturgiewetenschap aan het Departement für Christkatholische Theologie aan de Universiteit Bern (Zwitserland). Van zijn hand verschenen verschillende verzamelingen liederen. Een langlopend project richt zich op lectionaria (leesroosters) uit diverse tradities; in deze serie zijn intussen verschillende banden verschenen (zie zijn website). Koenraad Ouwens ging in 2016 met emeritaat als docent en is sindsdien toegevoegd wetenschappelijk onderzoeker.

Dr. Genji Yasuhira (1989) is post-doc onderzoeker (Research Fellow CPD: Cross-border Postdoctoral Fellow) aan de Japan Society for the Promotion of Science. Hij is ook werkzaam voor Universiteit Utrecht onder begeleiding van Peter-Ben Smit. Hij studeerde geschiedenis in Osaka en Kyoto (Japan), en promoveerde aan de Universiteit van Tilburg op het proefschrift Civic Agency in the Public Sphere: Catholics’ Survival Tactics in Utrecht, 1620s–1670s (2019), met cum laude. Nu is hij bezig met zijn post-doc onderzoek project ‘Dutch Catholics in the Age of Enlightenment: A Transborder Social History Through Immigrants and Refugees’. Zijn onderzoeksinteresses betreffen religieuze tolerantie/verdraagzaamheid, co-existentie, (gerechtelijke) vervolging, de publiek/privé scheiding, politiek-religieuze minderheden, immigranten/vluchtelingen, en vormen van katholicisme in de vroegmoderne Nederlandse geschiedenis. Voor meer informatie zie zijn Academia.edu (https://jsps.academia.edu/GenjiYasuhira).

Ari Troost (*1959, Den Haag) legde het doctoraalexamen theologie af in Utrecht, 1988. Vervolgens was hij tot 1994 verbonden aan de theologische faculteit in Nijmegen en van 1994 tot 1996 aan de Stichting Oecumenische Vieringen Groningen. In 1997 legde hij het kerkelijk examen (master, cum laude) af bij de Protestantse Theologische Universiteit. Na een aantal jaren werken als gemeentepredikant studeerde hij in Groningen klassieke talen en culturen (master 2014, cum laude) en werkte hij als docent klassieke talen in het voortgezet onderwijs. In 2019 promoveerde hij in Utrecht bij Peter-Ben Smit en Annette Harder op “Exegetical Bodybuilding: Gender and Interpretation in Luke 1–2.” Eerdere publicaties omvatten onder meer twee exegetische onderzoeken in de Feminist Companion reeks (1993, 1996) en een onderzoek naar de vraag of je kunt spreken van een oud-katholieke exegese (Internationale Kirchliche Zeitschrift 109:2 [2019] 132–47). Hij valt regelmatig in als docent Nieuwe Testament bij de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen en Amsterdam. Als onderzoeker richt hij zich met name op Nieuwe Testament, gender studies en autobiografische bijbelkritiek (“Autobiografische Bijbelinterpretatie. Na 25 jaar de balans opgemaakt,” Kerk en Theologie 72:2 (2021) 130–44). Verder richt hij zich op ecologische theologie als lid van het European Research Netwok “Transcending Species – Transforming Religion”. Hij is lid van de redactie van het tijdschrift De Eerste Dag: Handreiking bij de Jaarorde. Voor het Oud-Katholiek Seminarie werkt hij aan een biografie van mgr P.J. Jans (bisschop van Deventer, 1959–1979). Meer informatie op www.pthu.academia.edu/AriTroost.

Can. drs. Wietse van der Velde (1953) was van 1993 tot 2019 docent kerkgeschiedenis. Na zijn priesterwijding in 1984 was hij pastoor van Amersfoort, Groningen, Rotterdam, ‘s-Gravenhage, Delft en Hilversum. Gedurende een aantal jaren was hij verantwoordelijk voor de opleiding van lectoren. Momenteel is hij o.a. bezig met een kerk- en liturgiehistorisch onderzoek naar de lange weg van de overgang van de Latijnse naar de Nederlandse liturgie in de Oud-Katholieke Kerk van Nederland. Over de geschiedenis van de Amersfoortse parochie publiceerde hij het boek Sint Joris op ‘t Zand. Van der Velde is deken van het Metropolitaan Kapittel van Utrecht en lid van een aantal nationale en internationale theologische en oecumenische adviescommissies.

Mgr. dr. Joris Vercammen (1952) was van 1996 tot 2000 rector van het Oud-Katholiek Seminarie en docent voor praktische theologie, ecclesiologie en ambtsleer. In 1997 promoveerde hij op een onderzoek naar de theorie en de praktijk van het identiteitsberaad in een viertal oud-katholieke parochies (Identiteit in beraad). In 2000 werd hij verkozen tot aartsbisschop van Utrecht. Voor een klein deel van zijn tijd bleef hij aan het seminarie verbonden als docent ecclesiologie en ambtsleer. Hij richt zijn onderzoek met name op oud-katholieke spiritualiteit. In dat kader organiseerde hij enkele internationale “Spiritualitätswochen” en publiceerde hij in 2011 voor een breder publiek het boek Oud- en nieuw-katholiek. De spirituele zoektocht van die andere katholieken. In 2020 ging hij met emeritaat.