Deelnemers Werkgezelschap

Richard de Beer is sinds 2013 werkzaam als consulent / conservator van het erfgoed van de Oud-Katholieke Kerk bij Museum Catharijneconvent in Utrecht. Hij bereidt bij professor Peter-Ben Smit een dissertatie voor over de liturgische gewaden in Noord-Nederland in de periode 1580-1650. Centrale vraag hierbij is hoe de productie van katholieke paramenten zich in de eerste periode van de huiskerken ontwikkelt.

 
 

 

Sicco Claus (1977) stuurde theologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (propedeuse), de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht (doctoraal), en filosofie aan de Universiteit Utrecht (pre-master en master). Hij is leraar levensbeschouwing en filosofie aan het Gymnasium Haganum (Den Haag). Sicco werkt aan een proefschrift over de spiritualiteit van John Main, o.s.b. (1928-1982). De vraag die centraal staat is hoe deze op contemplatie gerichte spiritualiteit zowel tegen de achtergrond van de Christelijke spiritualiteitsgeschiedenis als tegen die van de laatmoderniteit geïnterpreteerd en gewaardeerd moet worden. Sicco’s wetenschappelijke interesses liggen dan ook op het terrein van de spirituele theologie en spiritualiteitsgeschiedenis, en de cultuurfilosofie (met name die van Charles Taylor). Recent verscheen een hoofdstuk van zijn hand in Comtemplation and Community: A gathering of Fresh Voices for a Living Tradition, Jessica M. Smith and Stuart Higginbotham, eds.

 

Marco Derks studeerde theologie in Kampen en Manchester en promoveerde aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift Constructions of Homosexuality and Christian Religion in Contemporary Public Discourse in the Netherlands (2019). Zijn interesses en expertises betreffen het werk van Augustinus, de meer radicale Anglokatholieke theologieën, queer theologie en vragen rond religie, secularisme, seksualiteit en gender. Hij publiceerde onder meer in de tijdschriften Biblical Interpretation, Culture and Religion, International Journal of Public Theology en Theology & Sexuality en in diverse bundels. Hij werkt als secretaris van de Nederlandse Onderzoeksschool voor Theologie en Religiewetenschap (NOSTER) en studeert aan het Oud-Katholiek Seminarie. Voor meer informatie zie zijn persoonlijke website.

 

Jan Hallebeek (*1954) is toegevoegd onderzoeker aan het Oud-Katholiek Seminarie en verricht onderzoek naar de geschiedenis van deze instelling. Hij is emeritus-hoogleraar rechtsgeschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam en was daarnaast ook aan het Seminarie verbonden als docent kerkelijk recht. Van 1997 tot 2006 bekleedde hij de bijzondere leerstoel ‘Oude Katholieke Kerkstructuren’ aan de Faculteit Godgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Hij participeert op dit moment ook in een onderzoeksproject van de VU/Friese Akademie Leeuwarden naar de middeleeuwse rechtsbronnen van Friesland. In het kader daarvan werkt hij mee aan de tekstuitgave van de Jurisprudentia Frisica (Codex Roorda, 15de eeuw).
 

Lydia Janssen (1954) is juriste en schrijft een biografie over Antonius Jan Glazemaker die van 1982 tot 2000 oud-katholiek aartsbisschop van Utrecht was. Doel van de biografie is door middel van de levensbeschrijving een beeld te schetsen van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland tussen 1950 en 2000, waarbij het accent ligt op de periode van 1982 tot 2000. De verwachting is dat het onderzoek eind 2020 zal worden afgerond en dat de biografie in 2021 verschijnt. De begeleidingscommissie bij dit onderzoek bestaat uit prof. Dr. Peter-Ben Smit, drs. Wietse van der Velde, dr. Greetje Witte Rang en Emile Verhey.
 

Dick Schoon (*1958, IJmuiden) werkte, na zijn studie psychologie (1977-1981) en theologie (1981-1988) aan de Universiteit van Amsterdam met Oude Testament als hoofdvak en de ambtsopleiding aan het Oud-Katholiek Seminarie in Utrecht, als priester in de parochies van Amsterdam en IJmuiden van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland. In 2004 werd hij deken van de Haarlemse Geestelijkheid. In 2008 werd hij gekozen tot achttiende bisschop van Haarlem en op 29 juni van dat jaar in de Grote of St. Bavokerk aldaar gewijd. Namens de internationale oud-katholieke bisschoppenconferentie was hij co-voorzitter van het overlegorgaan van de Oud-Katholieke en Anglicaanse kerken, van de commissies voor de dialoog met de Kerk van Zweden en die met de Mariavieten in Polen. Hij promoveerde in 2004 bij prof.dr. Jan Hallebeek en prof.dr. Jan Jacobs aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op de kerkhistorische studie Van bisschoppelijke Cleresie tot Oud-Katholieke Kerk. Bijdrage tot de geschiedenis van het katholicisme in Nederland in de 19de eeuw (Nijmegen: Valkhof Pers, 2004). Sindsdien publiceerde hij bijdragen aan het exegetische tijdschrift De Eerste Dag en verschillende boeken en artikelen over kerkhistorische onderwerpen. Zijn meest recente omvangrijkere publicatie is: Een aartsbisschop aangeklaagd. De dagboeken van aartsbisschop Petrus Codde en zijn metgezellen Jacob Krijs en Benedict de Waal over hun reis naar en hun verblijf te Rome, 1700-1703 (Hilversum: Verloren, 2019). Per 1 september 2019 legde hij het parochiepastoraat neer en werd hij benoemd tot docent kerkgeschiedenis aan het Oud-Katholiek Seminarie.

 

Peter-Ben Smit is aan de Universiteit Utrecht bijzonder hoogleraar ‘oude katholieke kerkstructuren’; bij de leeropdracht hoort ook aandacht voor de geloofsleer en de geschiedenis van het oudkatholicisme. Hij legt zich met name toe op onderzoek naar de ontwikkeling van oud-katholieke theologie in zijn oecumenische context, waarover hij in 2019 een nieuwe Engelstalige introductie publiceerde. Vanuit deze interesse is hij ook betrokken bij het NWO onderzoeksprogramma ‘Blueprints of Hope,’ naar het verband tussen oecumenische en Europese samenwerking, in samenwerking met Prof. Beatrice de Graaf (Utrecht) en Prof. Mathieu Segers (Maastricht). Zelf onderzoekt hij in dit kader de contacten tussen de Nederlandse en Duitse oud-katholieke kerken in de periode 1937-1946. Een verdere onderzoekstak concentreert zich op de contacten met de Iglesia Filipina Independiente, waarbij hij zich op het moment toelegt naar onderzoek naar de revolutionaire Mariologie van deze kerk, met name rondom de Birhen Balintawak.

 

Ari Troost (*1959, Den Haag) legde het doctoraalexamen theologie af in Utrecht, 1988. Van 1988 tot 1994 was hij verbonden aan de theologische faculteit in Nijmegen en van 1994 tot 1996 aan de Stichting Oecumenische Vieringen Groningen. In 1997 legde hij in Utrecht het kerkelijk examen (master, cum laude) af bij de Protestantse Theologische Universiteit. Na een aantal jaren als gemeentepredikant te hebben gewerkt studeerde hij in Groningen klassieke talen en culturen (master 2014, cum laude). In 2019 promoveerde hij in Utrecht bij Peter-Ben Smit en Annette Harder op Exegetical Bodybuilding: Gender and Interpretation in Luke 1-2. Eerdere publicaties omvatten onder meer twee exegetische onderzoeken in de Feminist Companion reeks (1993, 1996) en een onderzoek naar de vraag of je kunt spreken van een oud-katholieke exegese (Internationale Kirchliche Zeitschrift 109:2 [2019] 132-47). Thans werkt hij docent klassieke talen bij Ubbo Emmius Stadskanaal, en als docent Nieuwe Testament bij de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en Groningen. Zijn interesses betreffen met name hermeneutiek, Nieuwe Testament, gender studies, en klassieke talen en culturen. Onder meer richt hij zich op de consequenties van gender onderzoek voor een theologische antropologie. Daarnaast werkt hij aan een biografie van mgr P.J. Jans (bisschop van Deventer, 1959-1979). Meer informatie op www.pthu.academia.edu/AriTroost en www.pthu.nl.

 

Jan Visser (1931) was van 1976–1996 bijzonder hoogleraar ‘oude katholieke kerkstructuren’ vanwege de Stichting Oud-Katholiek Seminarie aan de Universiteit Utrecht (Faculteit der Theologie) en universitair hoofddocent pastorale psychologie aan dezelfde instelling (1974–1994). Sinds 1956 is hij priester van het aartsbisdom Utrecht (Oud-Katholieke Kerk). Hij was lid van verschillende kerkelijke commissies en oecumenische dialogen. Als pastoraal theoloog publiceerde hij onder meer: Zorg voor het verhaal. Achtergrond, methode en inhoud van pastorale begeleiding, Zoetermeer 2007 (met Ruard R. Ganzevoort). Op het gebied van de oud-katholieke theologie schreef hij bijvoorbeeld:  ‘Kirchenstruktur und Glaubensvermittlung,‘ IKZ 79 (1989), 174-191, ‘Vincentius van Lerinum en zijn Id teneamus. Over een oud-katholieke lijfspreuk,’ in: Kees van der Kooi, Peter-Ben Smit and Liuwe H. Westra (ed.), Vele gaven, één Geest. Meedenken met Martien Parmentier op het gebied van oecumenica, patristiek en theologie van de charismatische vernieuwing (Gorinchem: Ekklesia, 2012), 121–129, als ook: ‘Het heilige – de bron van religie?’, in Peter-Ben Smit (ed.), Herbronning (Amersfoort: Oud-Katholiek Boekhuis, 2017), 7-13.

 

Genji Yasuhira (1989) is post-doc onderzoeker (Research Fellow CPD: Cross-border Postdoctoral Fellow) aan de Japan Society for the Promotion of Science. Hij is ook werkzaam ook voor Musashi Universiteit in Tokyo, Japan. Hij studeerde geschiedenis in Osaka en Kyoto (Japan), en promoveerde aan de Universiteit van Tilburg op het proefschrift Civic Agency in the Public Sphere: Catholics’ Survival Tactics in Utrecht, 1620s–1670s (2019), met cum laude. Zijn onderzoeksinteresses betreffen religieuze tolerantie/verdraagzaamheid, co-existentie, (gerechtelijke) vervolging, de publiek/privé scheiding, politiek-religieuze minderheden, immigranten/vluchtelingen, en vormen van katholicisme in de vroegmoderne Nederlandse geschiedenis. Voor meer informatie zie zijn Academia.edu.

 

Jutta Eilander – van Maaren

Jan Jorrit Hasselaar

Helen Gaasbeek

Mattijs Ploeger

Peter de Rijk

Lidwien van Buuren

Adriaan Snijders 

Wietse van der Velde

Joris Vercammen